Voorwoord

3D printen is het maken van een reëel object, in de 3 dimensies, met behulp van een machine die deze objecten gaat “printen”, door verschillende lagen op elkaar te smelten.
U kan het zich een beetje voorstellen als een inkjet printer, waar de inkt op het blad wordt geïnjecteerd, wat in 2 dimensies werkt (van boven naar onder, en van links naar rechts).

Een 3D printer voegt hieraan een derde dimensie toe, door de laag die net geprint werd, een bepaalde afstand te laten zakken in de derde dimensie, en dan daarboven terug een laag te printen.

De drie dimensies worden voorgesteld door X, Y en Z :

  • X van links naar rechts
  • Y van boven naar onder
  • Z de extra lagen die op elkaar komen

Hoe wordt er geprint?

Een 3D printer verschilt dus niet veel van je gekende printer aan je computer, en net zoals bij de printer aan je computer, een een ‘driver’ nodig is zodat Windows, Linux of MacOs weet hoe deze met je printer moet communiceren, moet ons 3D object ook omgezet worden naar Printer-taal alvorens onze printer weet hoe dit object kan gemaakt worden.

We vertrekken dus van een 3D ontwerp. Dit is een beetje zoals een tekening, maar met het verschil, zoals de vergelijking van de inkjet met de 3D printer, dat deze computertekening ook de derde dimensie omvat om het object weer te geven. Op onze pagina https://www.3dsupplies.be/waar-vind-ik-gratis-cad-programmas-om-mijn-3d-objecten-te-ontwerpen/ kan je verschillende gratis tekenprogramma’s vinden waarmee je deze 3D objecten kan tekenen. Of je kan vertrekken van een reeds getekend object, dat je kan vinden op verschillende sites op het internet, kijk maar eens in de lijst https://www.3dsupplies.be/waar-vind-ik-leuke-3d-ontwerpen-om-te-printen/.

Deze 3D getekende bestanden hebben ook hun eigen formaat, zoals u 2D tekeningen en foto’s in JPG, PNG, etc. hebt, worden 3D ontwerpen om te verwerken met 3D printers, aangeduid met de extensie STL of OBJ.

Om deze 3D tekening nu om te zetten nar de printertaal, wordt een programma gebruikt dat ‘SLICER’ wordt genoemd. Een vertaling van ‘opdelen in laagjes’. In feite gaat deze slicer, die ingesteld wordt volgens jouw type printer (grootte van het volume dat die kan printen, temperatuur nodig om de plastic te smelten,..) jouw ontwerp helemaal in het geheugen opdelen in de loopbaan die de printkop moet volgen om een stevig object te maken, laag per laag. De meest gekende Slicer softwares zijn Cura en Simplify3D. Bij aankoop van een 3D printer, zit er op de stick die bij de printer is meestal een versie van Cura, al dan niet door de fabrikant licht aangepast zodat hun naam mee wordt gegeven, en natuurlijk de instellingen voor uw printer. Indien je deze slicer kwijt bent, of al eens een kijkje wil nemen hoe deze werkt, kan je bvb Cura downloaden door hier te klikken.

Eens je je slicer open hebt, en de instellingen van jouw printer staan correct, zie je normaal de ‘workspace’, de werkruimte, een digitale voorstelling van het maximale volume dat je kan printen met jouw printer waarin je je 3D tekening inlaadt.

Eens de STL (of OBJ) file is ingeladen, wordt deze normaal gezien in het midden van je printbed getoond (het printbed is de plaat, die meestal verwarmd wordt om het object beter vast te houden tijdens het printen, waarop de printer zijn eerste laag plastic zal spuiten.).
Je kan eventueel via de slicer selecteren welke kwaliteit van afdruk je wil (grof geprint, fijn, superfijn,..), wat natuurlijk de tijd zal bepalen die nodig is om je afdruk uit te voeren, en het type plastic dat je wil gaan gebruiken, daar verschillende plastics, verschillende temperaturen en snelheden van afdruk aankunnen. De meest courante plastics staan normaal gezien in je slicer reeds voorgeprogrammeerd. Eens je een beetje gewend bent met het werken met de slicer, leer je al snel hoe je zelf je eigen plastics en hun eigenschappen kan toevoegen, om de slicer aan te passen aan jouw noden. Op YouTube vind je ook een gigantisch aantal filmpjes, die uitleggen hoe je met een slicer te werk gaat. Maar meestal in het engels.

De printer voorbereiden

Eens je de printer hebt uitgepakt, en indien van toepassing, de nodige montage stappen hebt doorlopen, wil je natuurlijk zo snel mogelijk zien wat dat ding kan doen. Maar, zoals steeds, zijn haast en spoed zelden goed. En is enige bedachtzaamheid aangeraden.

Voor je kan printen, dien je het printbed uit te lijnen met de X en Y beweging die je printkop maakt over het bed. Dit noemt met het bed uitlijnen (“leveling” in het engels). In de handleiding van je printer vind je de uitleg hoe deze uitlijning moet gebeuren. Sommige printers hebben immers een meetsysteem dat opmeet hoe ver het bed overal van de printkop staat, en dan in de software van de printer zelf de nodige berekeningen en bewegingen corrigeert voor een goede print.

Eenmaal je printbed afgeregeld is, kan je aan het werk met printen.

Enkel nog de printkop laten voorverwarmen naar de smelttemperatuur van jouw plastic, de plastic in de printer laden volgens de handleiding en je bent vertrokken.

Indien je enkel filmpjes wil zien hoe je printers de eerste keer gebruikt, kan je hieronder een paar voorbeelden vinden:

in het Nederlands : https://www.youtube.com/watch?v=9NtZHGYpeEI

In het Frans: https://www.youtube.com/watch?v=6AbovudN1vc en https://www.youtube.com/watch?v=lNjNls97wt0

In het Engels: https://www.youtube.com/watch?v=3LBTkLsjHGQ



SUCCES MET JE 3D PRINT ERVARING